Proefexamen N(ovice)

Het spanningsverschil tussen P en Q is:

 
 
 

Als van een condensator van 200 pF de mogelijke waarde ligt tussen 190 pF en 210 pF dan is de tolerantie

 
 
 

Het woord “EXPORT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

De juiste kleuraanduiding van de draden in een netaansluiting is:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil uitzenden op 144,990 MHz in de klasse van uitzending F1A en een bandbreedte van 1,2 kHz.

Dit frequentiegebruik is:.

 
 
 

Een waarde van 340 pF, gemeten tussen de aansluitklemmen, wordt bereikt met:

 
 
 

Om de resonantiefrequentie van een antenne te verhogen dient men:

 
 
 

In de UHF-band ligt de frequentie:

 
 
 

De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:

 
 
 

De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:

 

 
 
 

De beste manier om een antennemast te aarden is:

 
 
 

Een radiozendamater met een N-registratie mag in de 70-cm band:

 
 
 

De meest effectieve schakeling om “laagfrequent inpraten” te voorkomen is:

 
 
 

Een coaxiale kabel is weergegeven in:

 

 
 
 

Bij een FM-zender wordt door het moduleren het aan de antenne afgegeven vermogen:

 
 
 

Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

 
 
 

Een zender bestaat uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

De stroom in module 3 bedraagt:

 
 
 

Na zonsondergang worden ver verwijderde radiostations in de 3,5 MHz band hoorbaar.

Dit wordt veroorzaakt omdat:

 
 
 

Dit is een schema van een:

 
 
 

De hoogste laag in de ionosfeer is:

 
 
 

De mf-bandbreedte voor de ontvangst van een 2-meter FM-teIefoniesignaaI is bij voorkeur:

 
 
 

De bruikbaarheid van de 28 MHz band voor intercontinentaal radioverkeer is het grootst:

 
 
 

De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:

 
 
 

De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s. In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter.

De frequentie is dan:

 
 
 

Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:

 

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?

 

 

 
 
 

De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:

 
 
 

Een nadeel van een eindgevoede halvegolf antenne is:

 
 
 

Welke golflengte en frequentie komen met elkaar overeen?

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbeIzijband AM-zender wordt gemodelleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is AIA.

Bewering 2:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Dit is het blokschema van een FM-zender.

Het met een + gemerkte blokje is de:

 
 
 

De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

 
 
 

Bij het doorverbinden van de klemmen X en Y wijst de draaispoelmeter volle uitslag aan.

De uitslag halveert bij aansluiten van een weerstand tussen X en Y met een waarde van:

 
 
 

In welke schakeling geleidt de diode?

 
 
 

De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt meestal de:

 
 
 

Het frequentiebereik van een ontvanger loopt van 144 tot 146 MHz. De middenfrequentie is 10 MHz.

Het frequentiebereik van de oscillator kan zijn:

 
 
 

Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing door een 13-cm amateurzender te voorkomen.

Dit moet zijn een:

 
 
 

Een radiogolf met een golflengte van 60 meter heeft een frequentie van:

 
 
 

Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.

De oorzaak hiervan is:

 
 
 

Vraag 1 van 40