Proefexamen N(ovice)

Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit:

 
 
 

De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

 
 
 

Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximaal toegestane zendvermogen:

 
 
 

De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

 
 
 

Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68.

De storing kan worden verminderd door:

 
 
 

Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

 
 
 

De waarde van deze weerstand is:

 

 
 
 

Om wisselspanning om te zetten in een gelijkspanning wordt gebruik gemaakt van een:

 
 
 

De functie van de stuurtrap in een FM-zender is het:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil bij een radiozendamateur met F-registratie zenden op een frequentie van 1297 MHz.

Dit is:

 
 
 

Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:

 
 
 

Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met amplitudemodulatie is:

 
 
 

De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Bewering 1:

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J2B.

Bewering 2:

Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst. De klasse van uitzending is F1B.

 Wat is juist?

 
 
 

Een coaxiale kabel is weergegeven in:

 

 
 
 

Bij geopende schakelaar S dissiperen de weerstanden elk 50 watt.

Als de schakelaar S wordt gesloten, is het gedissipeerde vermogen:

 

 
 
 

Het spanningsverschil tussen P en Q is:

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbeIzijband AM-zender wordt gemodelleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is AIA.

Bewering 2:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Bewering 1:

Een enkeIzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is FBE.

Bewering 2:

Een FM-zender zendt datasignalen uit. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Welke golflengte en frequentie komen met elkaar overeen?

 
 
 

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

 
 
 

In een schakeling, bestaande uit een batterij en twee in serie geschakelde weerstanden, moet de stroom door de weerstanden gemeten

Wat is de juiste schakeling?

 
 
 

De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:

 
 
 

Op grote afstand van een 21 MHz zender worden rasterstoringen ondervonden in de televisie-ontvangst op kanaal 4 (63 MHz).

De storingen kunnen worden opgeheven door:

 
 
 

Het woord “EXPORT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

Bij het doorverbinden van de klemmen X en Y wijst de draaispoelmeter volle uitslag aan.

De uitslag halveert bij aansluiten van een weerstand tussen x en y met een waarde van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

“ ( – X – ): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen.”

In plaats van ( – X – ) staat:

 
 
 

De maximaal toelaatbare stroom bedraagt:

 

 
 
 

Twee weerstanden van verschillende waarde zijn parallel aangesloten op een spanningsbron. De warmte-ontwikkeling in de weerstand met de laagste waarde is:

 
 
 

Een radiogolf met een golflengte van 60 meter heeft een frequentie van:

 
 
 

De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:

 

 
 
 

De automatische versterkingsregeling (AVR) in een hf-ontvanger heeft als functie:

 
 
 

Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Met een dipmeter bepaalt men:

 
 
 

De schakeling is een:

 
 
 

Bij het afstemmen van een superheterodyne FM-ontvanger verandert:

 
 
 

De henry is de eenheid van:

 
 
 

De schakeling stelt voor:

 

 
 
 

Een If-uitgangstransformator van een ontvanger:

 

 
 
 

Een zender bestaat uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

Het totale opgenomen vermogen van deze drie modulen is:

 
 
 

Vraag 1 van 40