Proefexamen N(ovice)

In variabele condensatoren is het diëlectricum veelal:

 
 
 

Dit is het blokschema van een

Het blokje gemerkt met X stelt voor de:

 

 
 
 

Een waarde van 340 pF, gemeten tussen de aansluitklemmen, wordt bereikt met:

 
 
 

Het doel van een FM-detector in een ontvanger is:

 
 
 

De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

 
 
 

Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximaal toegestane zendvermogen:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een hoogdoorlaatfilter?

 

 

 

 
 
 

Volgens de”gebruikersbepalingen” wordt onder het zendvermogen van een FM-zender verstaan:

 
 
 

Verbindingen in de 14 MHz band over grote afstand worden gemaakt via:

 
 
 

De letter “R” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt meestal de:

 
 
 

Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:

 
 
 

In het blokschema is de functie van blok 7:

 
 
 

De henry is de eenheid van:

 
 
 

Een middenfrequentversterker:

 
 
 

De secundaire spanning van een transformator:

 
 
 

De lengte van een halvegolf dipool voor de 7 MHz band is ongeveer:

 
 
 

Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker vac een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is gesteld.

De juiste conclusie is:

 
 
 

Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een facsimilé-signaal

De klasse van uitzending is:

 
 
 

Het frequentiebereik van een ontvanger loopt van 144 tot 146 MHz. De middenfrequentie is 10 MHz.

Het frequentiebereik van de oscillator kan zijn:

 
 
 

Een harmonische van 145 MHz is:

 
 
 

De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

 
 
 

De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:

 
 
 

Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 wat. De zender kan werken van 144-148.

Mag een radiozendamateur met een N-registratie  dit apparaat gebruiken?
 
 
 

De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

 
 
 

Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68.

De storing kan worden verminderd door:

 
 
 

Aansluiting 3 is de:

 
 
 

Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:

 
 
 

Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak:

 
 
 

 Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

 De spanning tussen A en B is:

 
 
 

De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

 
 
 

Het woord “KILOBYTE” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

Een met spraak in frequentie gemoduleerd signaal heeft de volgende eigenschap

 
 
 

Onder de frequentie van een wisselspanning wordt verstaan:

 
 
 

De seriekring is in resonatie.

De impedantie is:

 

 
 
 

Als een radiozendamoteur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren de CD-speler gestoord te worden. De CD-speler heeft een CE-keurmerk.

De storing is waarschijnlijk het gevolg van:

 
 
 

Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling. Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

Dit effect heet:

 
 
 

Bij het doorverbinden van de klemmen X en Y wijst de draaispoelmeter volle uitslag aan.

De uitslag halveert bij aansluiten van een weerstand tussen x en y met een waarde van:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

 

 

 

 

 

 

 
 
 

De beste manier om een antennemast te aarden is:

 
 
 

Vraag 1 van 40