Proefexamen N(ovice)

In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

“ ( – X – ): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen.”

In plaats van ( – X – ) staat:

 
 
 

Een voeding wordt beveiligd met één of meer smeltveiligheden in de

Dit wordt in de praktijk gedaan met:

 
 
 

Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling. Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

Dit effect heet:

 
 
 

Zie afbeelding:

C9 en L3 vormen hier een:

 

 
 
 

Bewering 1:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F3E.

Bewering 2:

Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand geseinde morsetekens verzonden. De klasse van uitzending is J2A.

Wat is juist?

 
 
 

Wanneer de frequentie van een radiogolf wordt verlaagd, dan:

 
 
 

Ter voorkoming van oversturing van een TV-ontvanger door uitzendingen van een 2-meter zender, wordt in de antennekabel van de TV-ontvanger een filter geplaatst, afgestemd op 145 MHz.

Het juiste schema is:

 

 
 
 

De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:

 
 
 

De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:

 
 
 

De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:

 

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt de:

 
 
 

De letter “R” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

Om de maximaal toelaatbare vermogensdissipatie van een weerstand te verhogen, kan men het beste:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil bij een radiozendamateur met F-registratie zenden op een frequentie van 1297 MHz.

Dit is:

 
 
 

Een staandegolfmeter, opgenomen in de antennekabel van een zender, geeft een indicatie van de:

 
 
 

Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:

 
 
 

Als van een condensator van 200 pF de mogelijke waarde ligt tussen 190 pF en 210 pF dan is de tolerantie

 
 
 

Bewering 1:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F2A.

Bewering 2:

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J2B.

 Wat is juist?

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-ontvanger wordt bepaald door:

 
 
 

De letter ”R” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

De gebruikelijke naam voor element 3 van de yagi-antenne is:

 
 
 

De henry is de eenheid van:

 
 
 

Een enkel superheterodyne-ontvanger heeft een middenfrequentie van 455 kHz.

Voor ontvangst op 7,055 MHz is de oscillator afgestemd op:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling (AVR) in een hf-ontvanger heeft als functie:

 
 
 

Dit is een schema van een:

 
 
 

Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger voor 50 MHz en hoger wordt een filter geplaatst om oversturing door een hf-amateurzender te voorkomen.

Dit moet zijn een:

 
 
 

De inwendige weerstand van de ampèremeter bedraagt 1

De stroom door de weerstand R is gelijk aan:

 

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbeIzijband AM-zender wordt gemodelleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is AIA.

Bewering 2:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Dit is het blokschema van een FM-zender.

Het met een + gemerkte blokje is de:

 
 
 

De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:

 
 
 

Een zender is afgesloten met een belastin gsweerstand van 50 Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

 

 
 
 

De gebruikelijke waarde van een afstemcondensator voor kortegolftoepassingen is:

 
 
 

Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:

 
 
 

Op een condensator staat vermeld: 200 pF / 5%.

De waarde ligt dan tussen:

 
 
 

De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:

 
 
 

Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

 
 
 

Een If-uitgangstransformator van een ontvanger:

 

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een bandsperfilter?

 

 
 
 

Vraag 1 van 40