Proefexamen N(ovice)

Een radiozendamateur met een N-registratie installeert een onbemand packetradiostation in de 70 cm amateurband

Dit is:

 
 
 

Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.

De klasse van uitzending is:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?

 

 

 
 
 

Twee weerstanden van verschillende waarde zijn parallel aangesloten op een spanningsbron. De warmte-ontwikkeling in de weerstand met de laagste waarde is:

 
 
 

Op welke frequentie is de antenne in resonantie?

 

 
 
 

Een amateur zendt op een golflengte van 2197 meter.

De hiermee overeenkomende frequentie ligt in de band:

 
 
 

Een zenerdiode wordt meestal toegepast om een:

 
 
 

Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:

 
 
 

Een zender is afgesloten met een belastin gsweerstand van 50 Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

 

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Tussen een zender en de coaxiale voedingslijn naar een meerbanden antenne is een pi-filter opgenomen.

Het doel van dit filter is:

 
 
 

Een 10-meter zender veroorzaakt laagfrequentdetectie in een geluidsinstallatie. Om de storing op te heffen worden de laagohmige Iuidsprekeruitgangen ontkoppeld door middel van condensatoren, parallel aan de uitgangen.

De meest geschikte capaciteitswaarde is:

 
 
 

Variabele condensatoren worden gevormd door twee geleiders met daartussen een diëlectricum.

Een vaak toegepast diëlectricum is:

 
 
 

De snelheid waarmee radiogolven zich in de vrije ruimte voortplanten bedraagt ongeveer:

 
 
 

Een radiozendamater met een N-registratie mag in de 70-cm band:

 
 
 

In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

 
 
 

Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

Deze antenne kan zijn een:

 
 
 

Een harmonische van 145 MHz is:

 
 
 

Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:

 
 
 

In de schakeling zijn alle weerstanden 1000 ohm. In R wordt 4 watt gedissipeerd.

Het vermogen in R1 is:

 
 
 

Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling. Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

Dit effect heet:

 
 
 

Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:

 
 
 

De letter ”L” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

Om wisselspanning om te zetten in een gelijkspanning wordt gebruik gemaakt van een:

 
 
 

Op een condensator staat vermeld: 200 pF / 5%.

De waarde ligt dan tussen:

 
 
 

Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:

 
 
 

In Nederland is de frequentie van het lichtnet:

 
 
 

De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Aansluiting 3 is de:

 
 
 

 Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

 De spanning tussen A en B is:

 
 
 

Het frequentiebereik van een ontvanger loopt van 144 tot 146 MHz. De middenfrequentie is 10 MHz.

Het frequentiebereik van de oscillator kan zijn:

 
 
 

Het woord “YOGHURT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

De vervangingsweerstand van twee weerstanden in serie:

 
 
 

Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:

 

 
 
 

Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:

 
 
 

De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt meestal de:

 
 
 

Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.             ,

Het VHF-signaal heeft:

 
 
 

Dit is het blokschema van een ontvanger.

Het blokje gemerkt met X stelt voor de:

 

 

 

 
 
 

Een dikke koperdraad heeft in vergelijking met een dunne koperdraad van dezelfde lengte:

 
 
 

De henry is de eenheid van:

 
 
 

Vraag 1 van 40