Proefexamen N(ovice)

Van een drie-elements yagi-antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op

 
 
 

De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

 
 
 

In een voedingsapparaat wordt de aangeboden netspanning omgezet naar een andere wisselspanning door:

 
 
 

Op grote afstand van een 21 MHz zender worden rasterstoringen ondervonden in de televisie-ontvangst op kanaal 4 (63 MHz).

De storingen kunnen worden opgeheven door:

 
 
 

De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:

 
 
 

Met een superheterodyne-ontvanger wordt een signaal ontvangen van 1 MHz. De oscillatorfrequentie is 550 kHz.

De middenfrequentversterker is afgestemd op:

 
 
 

Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:

 
 
 

In weerstand R1 wordt 10 watt gedissipeerd.

Het gedissipeerde vermogen in de gehele schakeling is:

 
 
 

De mengtrap van een enkel superheterodyne-ontvanger dient om uit het antennesignaal met het oscillatorsignaal:

 
 
 

Een If-uitgangstransformator van een ontvanger:

 

 
 
 

Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de resonantiefrequentie:

 
 
 

Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

Deze antenne kan zijn een:

 
 
 

De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

Een seriekring heeft:

 
 
 

Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

 
 
 

Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie-ontvangst, bedraagt:

 
 
 

In een laagfrequentversterker wenst men signalen met frequenties boven het hoorbare gebied te onderdrukken.

 

 

Welk filter wordt toegepast?

 

 
 
 

De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

 
 
 

De parasitaire elementen van een yagi-antenne zijn:

 
 
 

Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.             ,

Het VHF-signaal heeft:

 
 
 

Dit is het schema van een:

 
 
 

HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

 
 
 

Als van een weerstand van 200 ohm de mogelijke waarde ligt tussen 190 ohm en 210 ohm dan is de tolerantie

 
 
 

Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegestaan, is de radiozendamateur verplicht:

 
 
 

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

 
 
 

Welke bewering is het meest juist?

Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil uitzenden op 144,990 MHz in de klasse van uitzending F1A en een bandbreedte van 1,2 kHz.

Dit frequentiegebruik is:.

 
 
 

Verbindingen in de 14 MHz band over grote afstand worden gemaakt via:

 
 
 

Eén van deze toepassingen van een transformator is niet juist

 
 
 

De vervangingsweerstand van twee weerstanden in serie:

 
 
 

Dit is een schema van:

 
 
 

De wetgever onderscheidt registratie in de categorieën F en N voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs.

Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane:

 
 
 

Welke golflengte en frequentie komen met elkaar overeen?

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F3E.

Bewering 2:

Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst. De klasse van uitzending is F1B.

Wat is juist?

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Een amateurzender werkt op 2 meter met FM. Zijn tegenstations melden dat de uitzending sterk vervormd is. De zender werkt op de juiste frequentie.

De oorzaak van de vervorming is waarschijnlijk:

 
 
 

Bewering 1:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is F2A.

Bewering 2:

Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is J2B.

 Wat is juist?

 
 
 

In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

“ ( – X – ): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen.”

In plaats van ( – X – ) staat:

 
 
 

In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt:

 
 
 

Vraag 1 van 40