Proefexamen N(ovice)

In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 80 pF in serie geschakeld met een variabele. De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 80 pF.

De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

 
 
 

Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load). Het uitgangsvermogen van de zender wordt een factor 4 vergroot.

De uitgangsstroom wordt dan:

 
 
 

Dit is het blokschema van een EZB-zender.

In dit blokschema ontbreekt de:

 
 
 

Een 2-meter FM-ontvanger heeft een middenfrequentie van 10 MHz.

Om een signaal op 145 MHz te ontvangen kan de oscillatorfrequentie zijn:

 
 
 

Een If-uitgangstransformator van een ontvanger:

 

 
 
 

Op alle TV-kanalen (zowel boven als onder de 2-meter band) ondervindt een TV-ontvanger storing van een 2-meter.

Dit probleem kan worden opgelost door het plaatsen van een:

 
 
 

In een kring wordt aan de vaste condensator van 250 pF een afstemcondensator, met een minimumwaarde van 10 pF, parallel geschakeld. De afstemcondensator heeft een capaciteitsvariatie van 500 pF.

De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

 
 
 

De seriekring is in resonatie.

De impedantie is:

 

 
 
 

Een radiozendamater met een N-registratie mag in de 70-cm band:

 
 
 

In Nederland is de frequentie van het lichtnet:

 
 
 

Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.             ,

Het VHF-signaal heeft:

 
 
 

In een tijdschriftartikel wordt gesproken over “82 mH”.

Deze aanduiding behoort bij een:

 
 
 

Van welke schakeling is de vervangingscapaciteit 10 uF?

 
 
 

In een voedingsapparaat wordt de aangeboden netspanning omgezet naar een andere wisselspanning door:

 
 
 

De lengte van een halvegolf dipool voor de 7 MHz band is ongeveer:

 
 
 

In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

 

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:

 
 
 

Een zender is afgesloten met een belastin gsweerstand van 50 Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

 

 
 
 

In de afstemkring van de eindtrap van een 2-meter zender kan het beste gebruik gemaakt worden van een:

 
 
 

Bij een antenne met parasitaire elementen (yagi) is de volgorde van de elementen:

 
 
 

De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

 
 
 

Van een drie-elements yagi-antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op

 
 
 

De secundaire spanning van een transformator:

 
 
 

De scheidingstrap van een zender bevindt zich:

 
 
 

Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing door een 13-cm amateurzender te voorkomen.

Dit moet zijn een:

 
 
 

Uit de luidsprekers van een geluidsinstallatie wordt het signaal van een 144 MHz amateurzender hoorbaar. Er is al een netfilter aangebracht en er zijn smoorspoelen in de luidsprekerleidingen geplaatst. De storing blijft ook aanwezig als alle signaaltoevoerdraden zijn losgenomen.

De oorzaak van de storing is waarschijnlijk het gevolg van:

 
 
 

De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

Op een condensator staat vermeld: 200 pF / 5%.

De waarde ligt dan tussen:

 
 
 

De schakeling stelt voor:

 

 
 
 

De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:

 
 
 

Dit is het schema van een:

 
 
 

Een enkelzijbandzender werkt met een draaggolfoscillator op 1 MHz. Het zijbandfilter laat uitsluitend signalen in de lage zijband door.

Voor spraaksignalen met frequenties tussen 300 Hz en 3000 Hz zijn de grenzen van de doorlaatband van dit filter:

 
 
 

Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 wat. De zender kan werken van 144-148.

Mag een radiozendamateur met een N-registratie  dit apparaat gebruiken?
 
 
 

Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:

 
 
 

Veiligheidsaarde wordt aangebracht met als doel:

 
 
 

Om de maximaal toelaatbare vermogensdissipatie van een weerstand te verhogen, kan men het beste:

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbeIzijband AM-zender wordt gemodelleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is AIA.

Bewering 2:

Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F1D.

 Wat is juist?

 
 
 

Eén van deze toepassingen van een transformator is niet juist

 
 
 

Welke bewering is het meest juist?

Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

 
 
 

Bij een FM-zender wordt door het moduleren het aan de antenne afgegeven vermogen:

 
 
 

Aansluiting 3 is de:

 
 
 

Vraag 1 van 40