Proefexamen N(ovice)

Als een radiozendamoteur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren de CD-speler gestoord te worden. De CD-speler heeft een CE-keurmerk.

De storing is waarschijnlijk het gevolg van:

 
 
 

De frequentie van een radiogolf is 0,3 GHz.

De golflengte is:

 
 
 

In het blokschema is de functie van blok 7:

 
 
 

Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling. Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

Dit effect heet:

 
 
 

Een hoogdoorlaatfilter is een filter dat:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een hoogdoorlaatfilter?

 

 

 

 
 
 

Op de ontwerpfrequentie zal deze yagi-antenne de meeste energie uitzenden naar:

 
 
 

Op een condensator staat vermeld: 200 pF / 5%.

De waarde ligt dan tussen:

 
 
 

Een met spraak in frequentie gemoduleerd signaal heeft de volgende eigenschap

 
 
 

De letter ”R” wordt in de elektronica gebruikt voor een:

 
 
 

Wanneer in een geluidinstallatie laagfrequentdetectie optreedt als gevolg van een nabije EZB-zender, die gemoduleerd wordt met spraak, klinkt dat als:

 
 
 

In een kring wordt aan de vaste condensator van 250 pF een afstemcondensator, met een minimumwaarde van 10 pF, parallel geschakeld. De afstemcondensator heeft een capaciteitsvariatie van 500 pF.

De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

 
 
 

De weerstand R is:

 

 
 
 

Bewering 1:

Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is A3E.

Bewering 2:

In een zender wordt fasemodulatie toegepast voor het uitzenden van een datakanaal. De klasse van uitzending is G3E.

Wat is juist.

 
 
 

De meest effectieve schakeling om “laagfrequent inpraten” te voorkomen is:

 
 
 

De bruikbaarheid van de 28 MHz band voor intercontinentaal radioverkeer is het grootst:

 
 
 

Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

 
 
 

Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500.

Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt:

 
 
 

Dit is het blokschema van een FM-zender.

Het met een + gemerkte blokje is de:

 
 
 

De wetgever onderscheidt registratie in de categorieën F en N voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs.

Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane:

 
 
 

Een potentiometer is:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil bij een radiozendamateur met F-registratie zenden op een frequentie van 1297 MHz.

Dit is:

 
 
 

In R1 wordt 36 watt aan warmte

De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt:

 
 
 

Welke bewering is het meest juist?

Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

 
 
 

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

 
 
 

Een seriekring heeft:

 
 
 

Hoe Iang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?

 
 
 

De versterkertrap werkt op 145 MHz

Wat is juist?

 

 

 
 
 

Dit is het blokschema van een

Het blokje gemerkt met X stelt voor de:

 

 
 
 

Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:

 
 
 

Dit is een schema van een:

 
 
 

De parallelkring is in

De impedantie tussen X en Y is:

 
 
 

Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit:

 
 
 

Welke maatregel kan worden genomen tegen het optreden van storing als gevolg van een aanwezig stoorveld?

 
 
 

De schakeling stelt voor:

 

 
 
 

In de figuur is het blokschema van een FM-zender weergegeven.

Het blokje gemerkt met X, stelt voor de:

 
 
 

Welke stof is een elektrische isolator?

 
 
 

Eén van deze toepassingen van een transformator is niet juist

 
 
 

De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s. In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter.

De frequentie is dan:

 
 
 

De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

 

 

 

 

 

 

 
 
 

Vraag 1 van 40