Proefexamen N(ovice)

Zie afbeelding:

C9 en L3 vormen hier een:

 

 
 
 

Een zenerdiode wordt meestal toegepast om een:

 
 
 

Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

Bij een wandcontactdoos is er een fase en een nul.

Het onderscheid tussen deze aansluitpunten bepaalt men het meest betrouwbaar door:

 
 
 

Als de detectieschakeling met BFO wordt meegeteld dan heeft een enkelvoudige superheterodyne-ontvanger.

 
 
 

Een dikke koperdraad heeft in vergelijking met een dunne koperdraad van dezelfde lengte:

 
 
 

In de “gebruikersbepalingen” wordt onder het radiostation verstaan, een of meer radiozendapparaten:

 
 
 

De waarde van deze weerstand is:

 

 
 
 

In R1 wordt 36 watt aan warmte

De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt:

 
 
 

Overdag is een noord-zuid radioverbinding over 10.000 km vrijwel steeds mogelijk op:

 
 
 

In een laagfrequentversterker wenst men signalen met frequenties boven het hoorbare gebied te onderdrukken.

 

 

Welk filter wordt toegepast?

 

 
 
 

Definitie zendvermogen:

Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de ( … X … ) tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power).

 Op plaats […X…] moet staan:

 
 
 

Wanneer de frequentie van een radiogolf wordt verlaagd, dan:

 
 
 

De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s. In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter.

De frequentie is dan:

 
 
 

Van welke schakeling is de vervangingscapaciteit 10 uF?

 
 
 

In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

 

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:

 
 
 

De radiozendamateur moet:

 
 
 

Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 wat. De zender kan werken van 144-148.

Mag een radiozendamateur met een N-registratie  dit apparaat gebruiken?
 
 
 

Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:

 
 
 

Een condensator met een capaciteit van 200 uF is een:

 
 
 

De laagfrequentversterker in een communicatieontvanger:

 
 
 

Op welke frequentie is de antenne in resonantie?

 

 
 
 

Variabele condensatoren worden gevormd door twee geleiders met daartussen een diëlectricum.

Een vaak toegepast diëlectricum is:

 
 
 

De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

 
 
 

Een harmonische van 145 MHz is:

 
 
 

De mengtrap van een enkel superheterodyne-ontvanger dient om uit het antennesignaal met het oscillatorsignaal:

 
 
 

Een staandegolfmeter, opgenomen in de antennekabel van een zender, geeft een indicatie van de:

 
 
 

 Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

 De spanning tussen A en B is:

 
 
 

Een hoogdoorlaatfilter is een filter dat:

 
 
 

De seriekring is in resonatie.

De impedantie is:

 

 
 
 

De vervangingsweerstand is:

 
 
 

De capaciteit van een condensator wordt uitgedrukt in:

 
 
 

De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie wil uitzenden op 144,990 MHz in de klasse van uitzending F1A en een bandbreedte van 1,2 kHz.

Dit frequentiegebruik is:.

 
 
 

De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:

 
 
 

Het woord “EXPORT” wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

 
 
 

Een radiozendamateur met een N-registratie installeert een onbemand packetradiostation in de 70 cm amateurband

Dit is:

 
 
 

De middenfrequentversterker van een superheterodyne-ontvanger:

 
 
 

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

 
 
 

Vraag 1 van 40