Proefexamen N(ovice)

Dit is het blokschema van een

Het blokje gemerkt met X stelt voor:

 
 
 

De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

 
 
 

Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500.

Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt:

 
 
 

Een bandfilter past men toe in:

 
 
 

Aansluiting 1 is de:

 

 
 
 

Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

 
 
 

Een enkelzijbandzender werkt met een draaggolfoscillator op 1 MHz. Het zijbandfilter laat uitsluitend signalen in de lage zijband door.

Voor spraaksignalen met frequenties tussen 300 Hz en 3000 Hz zijn de grenzen van de doorlaatband van dit filter:

 
 
 

Met een superheterodyne-ontvanger wordt een signaal ontvangen van 1 MHz. De oscillatorfrequentie is 550 kHz.

De middenfrequentversterker is afgestemd op:

 
 
 

De hoogste laag in de ionosfeer is:

 
 
 

Een radiozendamateur werkt op een amateurfrequentie waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegelaten.

De radiozendamateur is verplicht om gedurende de uitzendingen:

 
 
 

Op een condensator staat vermeld: 200 pF / 5%.

De waarde ligt dan tussen:

 
 
 

Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.             ,

Het VHF-signaal heeft:

 
 
 

In een tijdschriftartikel wordt gesproken over “82 mH”.

Deze aanduiding behoort bij een:

 
 
 

Welke filter-karakteristiek is geschikt voor een telefonie SSB-zender?

 
 
 

Van welke schakeling is de vervangingscapaciteit 10 uF?

 
 
 

Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:

 
 
 

De gebruikelijke waarde van een afstemcondensator voor kortegolftoepassingen is:

 
 
 

De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie-ontvangst, bedraagt:

 
 
 

Een 50 W staanclegolfmeter (SWR) is met 50Ω coaxkabels van elk 5 meter geschakeld tussen een zender en een belasting X. Deze meter wijst 1 aan.

In X bevindt zich een:

 
 
 

Een hoogdoorlaatfilter is een filter dat:

 
 
 

De bandbreedte van een FM-signaal:

 
 
 

De weerstand van een seriekring in resonantie is:

 
 
 

Dit is een schema van een:

 
 
 

Een belasting is aangesloten op een spanningbron.

Wat is de juiste plaats voor een spanningsmeter waarmee we de klemspanning van de spanningsbron willen meten?

 
 
 

Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 

De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

 
 
 

Een parallelkring heeft:

 
 
 

Een coaxiale kabel is weergegeven in:

 

 
 
 

Dit is het blokschema van een

Het blokje gemerkt X stelt voor de:

 

 
 
 

De bruikbaarheid van de 28 MHz band voor intercontinentaal radioverkeer is het grootst:

 
 
 

In welke schakeling geleidt de diode?

 
 
 

Op het vaste adres van de geregistreerde radiozendamateur staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.

De radiozendamateur is niet aanwezig.

Wat is juist?

 
 
 

De modulatiemethode voor spraak met de kleinste bandbreedte is:

 
 
 

Lange-afstand-communicatie op hf-banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:

 
 
 

Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met amplitudemodulatie is:

 
 
 

De radiozendamateur moet:

 
 
 

Een micro-ampèremeter kan geschikt worden gemaakt voor het meten van een spanning van enige volts door:

 
 
 

Van een drie-elements yagi-antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op

 
 
 

Volgens de”gebruikersbepalingen” wordt onder het zendvermogen van een FM-zender verstaan:

 
 
 

Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?

 

 

 
 
 

Vraag 1 van 40